Guido de Neve - De rijke Duitse barokmuziek voor viool solo
In dit programma staat de barokviool volledig op zichzelf, met een opvallende rijkdom aan klank, lagen en expressie.
Johann Sebastian Bach (1685–1750) vormt het vertrekpunt met de Partita nr. 1 in si klein, BWV 1002. In deze cyclus van dansen – Allemanda, Corrente, Sarabande en Tempo di Borea – gevolgd door telkens een “Double”, ontstaat een boeiend spel tussen herkenning en ontwikkeling. De dansvormen blijven duidelijk aanwezig, terwijl de Doubles het materiaal verder uitwerken in een vloeiende, vaak meer uitgesponnen beweging. Zo groeit elke dans uit tot een nieuwe laag binnen hetzelfde muzikale idee.
Georg Philipp Telemann (1681–1767) biedt met de Fantasie in si♭, TWV 40:14 een lichtvoetiger en vrijer perspectief. De opeenvolging van korte muzikale ideeën geeft het werk een levendige afwisseling, waarin lyrische lijnen, speelse ritmiek en virtuoze passages elkaar op natuurlijke wijze opvolgen. De viool krijgt hier alle ruimte om flexibel en direct te spreken, met een duidelijke retorische scherpte.
Johann Georg Pisendel (1687–1755) brengt in zijn Sonate in la klein een uitgesproken virtuoze en expressieve stem. Vertrekkend vanuit de Italiaanse viooltraditie schrijft hij muziek die het volledige bereik van het instrument benut, met brede sprongen, rijke versieringen en een intens gebruik van register en articulatie. Het resultaat is een werk dat zowel technisch uitdagend als zeer communicatief is.
Voor dit concert wordt gespeeld op een historische viool uit 1692, gebouwd in Gent door Hendrik Willems. Dit instrument heeft een warme, directe klank die de verschillende retorische en kleuristische aspecten van het repertoire helder naar voren brengt.